aterug naar het Stenenarchief Terug naar het Stenenarchief Waar ligt Bronkhorst/Steenderen?

Nadere wetenswaardigheden

Bronkhorst Steenderen
Zoek naar                 Details gevonden: 17  Pagina 1 van 1     Rijen per pagina:
  code gradering achternaam voornaam familienaam geboorteplaats overlijdingsdatum ned.  
  Tonen

(13)01

5

Mansfeld

Nathan Haim

Warschau

24-4-1859

 
  Tonen

(13)02

4

Cohen

Elisabeth

Sternfeld

Valburg

21-3-1876

 
  Tonen

(13)03

3

Heijmans

Hanna

Sternfeld

Bredevoort

08-10-1888

 
  Tonen

(13)04

4

Sternfeld

Izaak

Brummen

07-02-1887

 
  Tonen

(13)05

4

Zilversmit

Johanna

Weijel

Lingen

13-3-1887

 
  Tonen

(13)07

5

Sternfeld

Betsie

13-5-1899

 
  Tonen

(13)08

4

Sternfeld

Daniel

Rhienderen

13-4-1911

 
  Tonen

(13)09

5

Wertheim

Helena

Sternfeld

Valburg

26-1-1921

 
  Tonen

(13)10

4

Vroom

Sophia(Antje)

Aussen

Amsterdam

2-4-1912

 
  Tonen

(13)11

4

Philips

Jans

Sternfeld

Hengelo(Gld.)

4-5-1916

 
  Tonen

(13)12

4

Meijers

Izaak

Goor

22-6-1917

 
  Tonen

(13)13

4

Jacobs

Aaltje

Philips

Zelhem

11-7-1921

 
  Tonen

(13)14

4

Philips

Samuel (Sallie-op de steen)

Steenderen

5-2-1929

 
  Tonen

(13)15

5

Aussen

Asser Benjamin

Steenderen

7-11-1932

 
  Tonen

(13)16

4

Zeligman

Emanuel(Manuel)

Meerssen

5-2-1941

 
  Tonen

(13)17

3

Aussen

Bernard

Steenderen

11-9-1946

 
  Tonen

(13)18

3

Zeligman

Eva

Aussen

19-2-1963

 
                 
Bronkhorst Steenderen - Gelderland

Ontleend aan Hans Kooger-Joods Leven in Bronkhorst Steenderen Brummen-1978-De Walburg Pers Zutphen-ISBN 906011.084.6-pag.14-32 In december 1810 woonden in Bronkhorst 17 joden (op 300 inwoners) en in Steenderen 11 op een totale bevolking van 2200.  De Steenderse joden vormden met die van Bronkhorst een kille. (De Brummense joden oefenden hun godsdienst uit te Bronkhorst of in Zutphen)

Op 25 januari 1811 werd een stukje hofland, de Straalmanshof, gemeenschappelijk eigendom van zes joden :-Levy Kets (de Vries), Samuel Philip (Weijel), Salomon IJzak (Sanders), Kets Jacob (de Vries), Aaron Levy (Polak) en Salomon Simon (Sterneveld). De voornoemde mannen waren de stichters van de kehillot Steenderen, Bronkhorst en Brummen Als overdrachtssom van de Straalmanshof was 120 gulden vastgesteld

Het was aanvankelijk honderd roeden groot, zoals blijkt uit de volgende acte van 1818, waarin de Straalmanshof overgedragen werd. Op 21.12.1818 verscheen Samuel Philip Weijel voor de notaris  te Brummen om over te nemen: een oude joodse kerk en begraafplaats te Bronkhorst, Straalmanshof genaamd, voor 60 gulden van de Brummense joden   S. S. Sterneveld, Levy Kets de Vries en A. L. Polak Samuel Philip  moest blijkens de overdrachtsacte tolereren dat er ook joden uit Brummen begraven zouden worden op de Straalmanshof. Voor 1818 hadden de joden in de drie plaatsjes dus al een gemeenschappelijke begraafplaats, zoals beschreven. Daama waren de Weijels eigenaar. Op een gedeelte van de Straalmanshof, is dus de geschiedenis van het nu bestaande dodenakkertje begonnen. Behalve een grafsteen met de naam van Hanna Weijel-Zilversmit herinnert niets meer in Bronkhorst aan de afstammelingen van de Franse "paardendoctor" en latere koopman Samuel Philip (Weijel).

Op 25.10.1858 verkochten Samuel Philip Weijel's 6 erfgenamen plus de 4 kinderen van wijlen Jacob Weijel en Elsjen van Gelder  het perceel bouwland, genaamd het Jodenkerkhof (= Straalmanshof), gelegen te Bronkhorst,  aan slager Abraham Weijel en aan landbouwer Willem Starink. Abraham Weijel kreeg een roede zestig ellen en boer Willem kreeg 7 roeden . Het gedeelte van Abraham was afgebakend tot begraafplaats van de kille. Op 11.5.1859 droeg Abraham Weijel het begraafplaatsje , op zijn beurt over aan Simon Salomon Sternfeld, kerkmeester te Brummen, voor twintig gulden.

Volgens notities , gemaakt in 1950 door Emanuel Vomberg en Abraham Grunberg van de Zutphense kehilla, , zou in 1861 de Bronkhorster begraafplaats 195 m2 gemeten hebben, dus meer dan de 160 m2, vermeld in de overdrachtsacte van 1859. Het dodenakkertje is kennelijk vergroot na 1859, of de omheining is een stukje verzet, hetgeen zou overeenstemmen met het hedendaagse beeld. Namelijk de oudste grafsteen is van april 1859, en die staat niet aan de rand, maar midden in. Volgens kadastergegevens van het Steenderse gemeentearchief  is het begraafplaatsje in 1861: 1 roede en 95 ellen, dat is 195 m2. Op 29.7.1859 vroegen Bernard Aussen en Hanna Heimans (zij was drie jaar ervoor weduwe geworden van Nathan Haim Mansfeld) om een toelage van twintig gulden van de gemeente Steenderen om de kosten te kunnen dekken van de aankoop van nogmaals bouwgrond om het begraafplaatsje uit te breiden. Op 31.8.1859 besloot de gemeenteraad om geen subsidie te geven, maar hij gaf wel toestemming om in Steenderen een collecte te mogen houden. Hetzelfde besloten de leden van de Brummense gemeenteraad ten aanzien van een soortgelijk verzoek, gedaan door het Israelitische kerkbestuur aldaar. Zo is waarschijnlijk met akties in twee plaatsen geld opgehaald om wat grond te kunnen aankopen en om het metaheirhuisje te bouwen.

Op 25.11.1919 werd het perceel,  groot 195 m2  officieel te boek gesteld ten name van de Israe1itische gemeente van Zutphen Het begraafplaatsje te Bronkhorst is de centrale bron voor informatie voor een historicus. De namen van de belangrijkste joodse families, die in de drie plaatsjes rond de IJssel woonden, vormden een belangrijk uitgangspunt voor verder onderzoek. Momenteel wonen er praktisch geen nakomelingen meer in de streek. Zo waren er de Mansfelds, de Sternfelds, de  Weijels, de Aussens, de Goldsmids, Polakken, Meijers en Philipsen. De zerken, in grootte en uitvoering soms sterk van elkaar verschillend, staan er schilderachtig bij. Een fraai smeedijzeren hek omsluit de matsewa van Hitsele (Hanna) Sternfeld-Heimans De oudste steen is uit 1859, de jongste zerk is geplaatst in 1963. Op het oudste stuk van het begraafplaatsje (1811-1859) zijn geen grafstenen te vinden. Toch moeten er ongeveer een dozijn joden uit de kehillot Brummen en Steenderen begraven zijn. Ook tussen de zerk van Nathan Mansfeld en de zerk van Betje Sternfeld-Cohen zit nogal wat ruimte. Of de joden hadden geen geld om matsewot of paaltjes te zetten, of die stenen (of houten) gedenktekens zijn in de loop der jaren verdwenen.

Het is niet meer na te gaan.  Een vreemd beeld leverde de begraafplaats op in de zomer van 1976, toen filmopnamen werden gemaakt van de gigantische film: "Een brug te ver", onder leiding van regisseur Joseph Levine (van joodse herkomst ... ) Op de achtergrond van het begraafplaatsje verrezen toen villa's, die tijdens de opnamen in puinhopen veranderden. Nooit tevoren ook trok het kleine dodenakkertje, zoveel bekijks. Zie ook "De Gelderlander" van 19.8.1976. Nadat het filmgeweld weer was weggeebd, werd het weer rustig, zoals het op een joodse begraafplaats immer behoort te zijn. Ook het fraaie metaheir-huisje (= Huis ter reiniging) is waarschijnlijk na 1859 gebouwd.

Het is in 1932 een keer gerepareerd, het leed door oorlogsschade in 1940-'45 en werd in 1949 opnieuw opgeknapt. Rond 1876 is waarschijnlijk de afscheiding en het hek verplaatst en omstreeks 1921 opnieuw een flink stuk.

In 1977 mat het begraafplaatsje 26 x 221/2 meter. Het is omgeven door palen met gaas en een fraai smeedijzeren hek verschaft de toegang.

In 1963 werd de begraafplaats op de lijst van beschermde monumenten gezet.

Naar Boven / Up

V